Jeetje ik moet dit beter bijhouden, er is zoveel gebeurd!!
Isla del Sol
Van Cuzco reisde ik regelrecht naar Copacabana, Bolivia, waar ze geen ATMs bleken te hebben. Gelukkig had ik ergens onderin mijn tas nog 10 dollar liggen, wat genoeg bleek te zijn voor een nachtje op het magische eiland isla del sol. Het is een eiland vol geschiedenis, een waterbron waar je direct van kunt drinken, eeuwenoude incaruines en geen motoren, alleen ezels. Het ruikt overal heel kruidig door een bepaald kruid dat ongeveer alleen daar groeit en overal heb je prachtige uitzichten over lake titicaca. Samen met 2 argentijnen, een zwitser en een duitser (wat voor de welbekende duits-spaans-engels hutsekluts zorgde) heb ik het eiland verkend en de zon onder zien gaan.
La Paz
La Paz is de hoogste hoofdstad ter wereld. Ik had er niet zo heel veel last van, behalve dat je nu eenmaal iets sneller moe wordt dan normaal. Er is een markt waar oude vrouwtjes lamafoetussen en andere aparte dingen verkopen die je moeten beschermen tegen boze geesten. Er is een cocamuseum, waar het gebruikt van coca wordt gepromoot en wordt uitgelegd hoe de VS alles altijd loopt te verknallen voor de rest van de wereld. Verder is er een markt waar voornamelijk unidentified frying objects worden verkocht, je eet ze met een beetje honing en een mierzoet drankje.
La Paz – Coroico
La Paz ligt hoog in de bergen, het is er koud en de besneewde bergtoppen zijn nooit verweg. Coroico ligt niet vreselijk ver van La Paz, maar wel zoveel lager dat het er bijna tropisch is. Een flink eind naar beneden dus. En naar beneden gingen we over de gevaarlijkste weg ter wereld. Op mountainbikes. Dat betekende flink vies worden, flinke snelheden bereiken en flink door elkaar gehusseld worden terwijl je met een rotgang over de grintpaden sjeest. Vroeger stierven een honderden mensen per jaar, maar sinds er een nieuwe weg is gebouwd en de oude eigenlijk alleen nog maar gebruikt wordt voor mountainbiken, is dat aantal gedaald tot een stuk of 5, de laatste een paar weken terug, een Israelier. RIP.
Coroico is te chill voor woorden. De man die ons een busticket naar Rurrenabaque kon verkopen heet Victor en lag waarschijnlijk ergens te dutten. De buurtbewoners waren erg behulpzaam door zo nu en dan heel hard "Victor!!" te roepen. Na 3 kwartier kwam hij aangelopen alsof hij net toevallig even naar het toilet was ofzo. We konden er wel om lachen.
Rurrenabaque en de pampas
Na een lange rit naar Rurrenabaque, was het tijd om uit te rusten, te wennen aan de hitte en een tour te boeken naar de pampas. De volgende dag, pampas dag. Ik, 4 Ozzie mannen (27 verpleger, 27 onderzoeker, 27 ingenieur, 38 monteur), Carlos de duitser (50 something, vermoedelijk reiziger met de VUT) een Brits meisje (28, kapster) en gids Roberto (25, al 14 jaar gids!) namen de jeep naar de boot, en de boot door de pampas. Onderweg zagen we aapjes, krokodillen, allerlei vogels, schildpadjes, roze dolfijnen en vast nog wel meer. Ik vond de aapjes het leukst.
Het kamp bestond uit houten huisjes op water en houten planken om de houten huisjes met elkaar te verbinden. Aanwezig waren de kok en de landlord, met beide viel ontzettend te lachen. We gingen naar de Sunsetbar voor de zonsondergang. De Sunsetbar is waar alle toeristen, gidsen en iedereen die zich in de buurt bevind bijeenkomt om te drinken, te chillen in hangmatten en met potten en pannen muziek te maken. Ik was met Ozzies en Britten, dus dat betekende drinken. Daarna raakte ik in gesrek met de eigenaar van de sunsetbar, die eigenlijk wel wilde gaan slapen, maar niet iedereen naar huis wilde sturen. Of ik het even wilde doen (ja zeg!).
De volgende dag gingen we op zoek naar anacondas. We zagen wat aapjes, een voetafdruk van een jaguar en heeeeeel veeeeel muggen. Maar geen anacondas. Daarna gingen we lunchen, chillen in de hangmat en zwemmen met dolfijnen. Vooral dat zwemmen was echt even heerlijk. De dolfijnen kwamen niet heel dichtbij, maar dat neem ik ze niet kwalijk. Die avond gingen we in de hangmatten liggen en ik was daar in slaap gevallen. Midden in de nacht werd ik wakker en het was prachtig. Het was volle maan en ik zag dolfijnen in de verte springen, en niet ver van me zat een krokodil. Overal hoorde je junglegeluiden. Om een uur of 5 werden de muggen me teveel en ben ik in bed gaan liggen. Niet veel later maakte Roberto me wakker voor de sunrise. Ja, thanks. 
De laatste dag bestond uit een bootritje voor de sunrise (ik met ernstig slaaptekort) piranhavissen (we vingen alleen sardientjes) en de terugreis naar Rurre. Die avond was het tijd voor cocktails, veel cocktails. Ontzettend gelachen, ik zal jullie de fotos besparen.
De terugreis
Om half 10 stapten we met vreselijke kater en slaaptekort in de bus terug naar La Paz. De weg was erg hobbelig en modderig en af een toe gebeurde er zoiets als dit:
Waarbij we moesten uitstappen en en stukje lopen. Verder hebben we voornamelijk geprobeert wat slaap in te halen. Toen om een uur of 3 snachts stopte de bus met rijden. Ik maakte er niets van, was blij dat ik eindelijk kon slapen zonder alle kanten opgeschud te worden. Tegen zonsopgang begonnen de andere passagiers hun spullen te pakken en uit te stappen. Ik probeerde te achterhalen wat er aan de hand was, maar in de ochtend ben ik niet zo sterk in andere talen dan NL en EN, en ze wisten het zelf ook niet precies, maar de bus kon in elk geval niet verder dus gingen ze lopen. Ok. We besloten zelf maar even de situatie te gaan bekijken om zo te besluiten wat we het beste konden doen. Na ongeveer drie kwartier langs bussen, autos en trucks gelopen te hebben zagen we dit:
Tsja, dat is lastig. Je zag wat mensen oversteken en naast me stonden een aantal mannen hen uit te lachen (het was best spannend, want er vielen nog steeds rotsblokken naar beneden). Ze wisten me te vertellen dat er een tractor onderweg was en binnen een paar uur zou het opgelost zijn.
Dus ging ik maar in de bus zitten lezen. Tot het nieuws me bereikte dat de tractor halverwege het puinruimen het had begeven. Mijn buschauffeur antwoordde lackoniek op de vraag hoelang het nog zou gaan duren: Een dag, een week, je weet het maar nooit heh. Lopen dus.
En daar gingen we, met onze backpacks, langs de trucks, over de lawine (niet geraakt door vallende stenen), langs de trucks aan de andere kant, of iemand ons pleaaaasse naar La Paz wilde brengen. Maar iedereen wilde naar La Paz, en er waren gewoon niet genoeg bussen. Ik wist acht plaatsjes te reserveren op een bus die later terug zou komen, en zo konden we uiteindelijk weg. Was wel grappig, ik had de reservering gemaakt (zo van he man, mogen we met je mee? Ja? ok geef me de 5!), dus ik mocht beslissen wie er wel en niet op de bus mochten.
Om half 7 kwamen we doodmoe en hongerig aan in ons hotel, in La Paz.